Gemeentehuis

 

Het gemeentehuis op de Markt te Merksplas is een bakstenen gebouw in neoclassicistische stijl uit 1953, gebouwd naar een ontwerp van architect R. Van Steenbergen sr. Ondertussen werd het gebouw aangepast aan de noden van de tijd.

Gemeenschapscentrum De MARc/kT leunt aan tegen het gemeentehuis.

Vlak vóór het gemeentehuis prijkt het Spetsersbeeldje.

Gemeenschapscentrum

 

Vlak naast het gemeentehuis staat sinds 2007 Gemeenschapscentrum De MARc/kT, dat werd gebouwd naar een ontwerp van architectenbureau Planners bvba.

Dankzij dit ontwerp heeft men nu een toegang tot het gemeentehuis, het politiekantoor, het toeristisch infokantoor en Kind en Gezin. In het L-vormig gemeenschapscentrum zelf vinden de bibliotheek, een cafetaria, een ruime zaal en enkele polyvalente ruimtes hun plaats.

Omwille van de geslaagde opdracht, het proces en de realisatie kreeg gemeente Merksplas de prijs ‘Bouwheer 2007’ voor dit gebouw, een pluim voor zowel de opdrachtgever als de ontwerper.

 

St. Willibrorduskerk

 

Op het Kerkplein vind je de St. Willibrorduskerk die in 1871-1874 werd opgericht, naar een ontwerp van architect P.J. Taeymans. Het is een neogotisch gebouw, opgetrokken in baksteen, met boorden en lijsten in bleke zandsteen.

De spitse westtoren bestaat uit vier geledingen. Naast de patroonheilige was er in Merksplas een grote verering voor de heilige Rochus. Zijn beeltenis vind je dan ook terug in beelden buiten en binnen in de kerk, op de kunstglasramen en in het reliekschrijn dat van deze pestheilige wordt bewaard.

 

Landloperskapel

 

De Landloperskapel van Merksplas-Kolonie werd op het einde van de 19e eeuw gebouwd naar een ontwerp van Victor Besme. Ze is toegewijd aan O.L.-Vrouw-Hemelvaart. Deze grote en ruime kapel met een robuuste bakstenen toren vormt één geheel met de andere hoofdgebouwen op het domein van de strafinrichting. De bouwstijl van deze kapel is eclectisch, wat blijkt uit de neo-romaanse elementen en de stalen bogen. Uniek is ook de 'lichtstraat' in de nok, die voor een verrassende lichtinval zorgt. Dat is ook nodig, want dit gebouw is niet georiënteerd naar het oosten, maar (om praktische redenen) naar het westen.

Dit gebouw is beschermd sinds 1999.

In dit gebouw bevindt zich het Gevangenismuseum.

 

St. Rochuskapel

 

In de St. Rochusstraat staat de St. Rochuskapel. Ze werd gebouwd met het afbraakmateriaal van het vroegere gemeentehuis aan de kerk. In de Middeleeuwen kwamen de bedevaarders met Halfvasten massaal naar Merksplas om de H. Rochus te aanroepen tegen de pest. Zo ontstond Stokviskermis, want tijdens de vastenperiode mocht men geen vlees eten. Omdat er thans geen pest meer is, verdween de verering voor de pestheilige en samen daarmee ook Stokviskermis.

 

Kapel Geheul

 

De kapel van het Geheul ligt tussen het domein ‘t Zwart Goor en het natuurreservaat Hoogmoerheide. Het Geheul is zelf een stemmig gehuchtje, dat omarmd wordt door de bossen. De kapel kwam er op vraag van Margriet Van der Vorst omdat de huiskapel voor ‘De Dienaressen van de Kerk’ te klein werd. Dat was een nieuwe kloosterorde, die kort na de Tweede Wereldoorlog door juffrouw Van der Vorst was gesticht in de ‘St. Margarethakluis’ langs de Steenweg op Weelde. Naast het gebed verzorgden zij zieken, bezochten oude mensen en hielpen waar het nodig was. Omdat hun huiskapel te klein werd, vroegen en kregen ze van het bisdom de toestemming om een kapel op te richten. Ze is toegewijd aan O.L.-Vrouw van de Stilte en werd in 1960 gebouwd. Vanaf oktober 1962 tot juni 2005 werd hier wekelijks een mis opgedragen voor de buurtbewoners.

 

Kapel Molenzijde

 

De kapel van de Molenzijde, die is toegewijd aan O.L.-Vrouw van de Altijddurende Bijstand, bevindt zich langs een zijstraatje van de Molenzijde. Peer Druyts bouwde haar in 1932 als dank voor de genezing van zijn zoon. Hij was namelijk verongelukt met een kleigraafmachine. De kapel werd al snel een ontmoetingsplaats voor vrienden en buren. In 1949 werd ze vergroot, goed voor honderd zitplaatsen. 37 jaar later schonk de familie de kapel aan de gemeente.

 

 

Zaal De Kunstvrienden

 

Op de Molenzijde, vlak tegen het domein van de voormalige Landkoperskolonie, bevindt zich de zaal van Harmonie 'De Kunstvrienden'. Omdat de cultuurverschillen met de lokale bevolking destijds te groot waren, stichtte het personeel van de Rijksweldadigheidskolonie te Merksplas in 1883 een eigen muziekmaatschappij.

Hun lijfspreuk "Vermaak na arbeid" vind je terug op de boog boven het theater. Hiermee bedoelden ze 'het aanleren en beoefenen van toon- en toneelkunde als aangenaam en nuttig tijdverdrijf', later aangevuld met een afdeling boogschutters.

In 1893 werd op de privégrond van de voorzitter een eclectische zaal opgericht naar een ontwerp van architect Chambert. Het waren de leden zelf die de handen uit de mouwen staken. Na het overlijden van de voorzitter werd de maatschappij in 1922 omgevormd tot een vzw. De grond en de tuin erachter werd toen officieel overgedragen aan De Kunstvrienden vzw.

Dankzij de financiële steun van de Koning Boudewijnstichting werd in 1986 de binnenzijde en enkele jaren later de buitenzijde van de zaal prachtig gerestaureerd.

 

Pannenhuis

 

Het Pannenhuis is het oudste gebouw van Merksplas. Het werd in 1654 opgericht en het staat op het Hoekeinde, vlakbij de Mark. Oorspronkelijk was het een afspanning met een herberg en een bijbehorende brouwerij om er de postkoets te helpen bij het passeren van de doorwaadbare rivier (er was toen immers nog geen brug). In herberg ‘De Zwaan’ hielden rondtrekkende rechters regelmatig ‘zitdag’ om vonnissen te vellen. Toen de postkoetsen verdwenen, werd het Pannenhuis omgevormd tot een hoeve. De huidige bewoner restaureerde het hele gebouw zodat nu de oude afspanning weer herkenbaar is.

 

’s Gravenhoeve

 

's Gravenhoeve of 'De Grote Hoef' is een beschermde hoeve gelegen naast het Hazenpad, tussen de gehuchten Opstal en Koekhoven. Achter het gebouw staat een schuur met strooien dak en een bakhuis. Daarachter ligt een vijver.

Archeologisch onderzoek wees uit dat een houten constructie in de 15e eeuw werd vervangen door een stenen gebouw. Gedurende eeuwen was deze hoeve in bezit van de Graaf van Hoogstraten. In 1853 verkochten de prinsen van Salm-Salm de hertogelijke hoeve aan rechter Louis Boone uit Turnhout. Sinds 1993 is de schuur met strooien dak, het bakhuis en het karschob als monument beschermd en de boerderij en zijn omgeving als dorpszicht.

 

Moermolen

 

De Moermolen opgericht in 1844 op het Bergske in het gehucht Lipseinde was in oorsprong een stenen bovenkruier, bedoeld als graan- en watermolen, enerzijds om water weg te pompen uit het nabijgelegen Moer en anderzijds om graan te malen. Hiervan rest alleen nog de molenromp, thans omgebouwd tot woonhuis. De Moermolen was één van de drie molens die een eeuw geleden in Merksplas te vinden waren.

 

Grote Hoeve

 

Ca. 150 meter voorbij de landloperskapel bevindt zich de Grote Hoeve. Ze werd gebouwd in 1880 in kloosterarchitectuur, naar een ontwerp van Victor Besme. De gebouwen staan opgesteld rondom een groot rechthoekig binnenplein. Vroeger fokte men hier melkvee, schapen, varkens en koeien. De overblijvende stallen zijn hiervan het bewijs. Ook aardappelen, koren en haver werd hier geteeld.

Al het hoevewerk werd uitgevoerd door landlopers, maar sinds 1993 staan de gebouwen leeg.

Vanaf 1999 is de Grote Hoeve een beschermd gebouw.

Thans is dit complex eigendom van de gemeente Merksplas. In samenwerking met Kempens Landschap worden deze gebouwen gerestaureerd. Vanaf 2017 opent hier een horecazaak en een toeristisch bezoekerscentrum en later opent een heus hotel hier zijn deuren.

 

Kleine Hoeve

 

Om gedetineerden op te leiden tot landbouwer werd in 1920 een zogenaamde ‘Straflandbouwschool’ opgericht. De landbouwwerkzaamheden vonden plaats in de ‘kleine boerderij’, met ca. 80 ha grond langs de Ossenweg. Daar legde men zich toe op veehouderij, bijen, landbouw, tuinbouw en boomteelt.

Op deze plaats wordt thans een arboretum ingericht. In het kader hiervan worden enkele malen per jaar een activiteit georganiseerd.

 

Schooltje

 

Op het domein van de Landloperskolonie staat een lagere school voor de kinderen van het personeel. Gedurende verschillende jaren stond dit schooltje onder het beheer van het Ministerie van Justitie en niet vanuit het Ministerie van Onderwijs (toen Kunst en Wetenschappen). Zo’n schooltje was aantrekkelijk voor kandidaat-bewakers uit Wallonië. Tot ca. 1935 gaf men hier trouwens Franstalig les! In 1892 begon men met lesgeven, aanvankelijk in de woning van de onderwijzer, maar vanaf 1901 in een eigen schoolgebouw. In de gloriejaren bood men kwaliteitsonderwijs aan alle kinderen van het personeel vanaf 4 jaar tot en met 15 jaar. In 1928 telde de school 127 leerlingen, maar daarna daalde het aantal kinderen. Na 87 jaar lesgeven, ging het schooltje in 1979 definitief dicht. Nu is het beschermd gebouw eigendom van Bouwmaatschappij de Noorderkempen die hier een conciërgewoning en haar kantoren heeft ingericht.

 

Strafinrichting

 

In de gevangenis van Merksplas verblijven geen personen in voorhechtenis. De strafinrichting was één van de grootste gevangenissen in België. Tot voor de opstand van mei 2016 verbleven hier ca. 700 gedetineerden. Thans verblijven er nog ca 450 gedetineerden. De helft hiervan zijn correctioneel veroordeelden.

 In deze groep zitten heel veel vreemdelingen.

De tweede groep bestaat meestal uit Belgen. Zij werden door de rechter ontoerekeningsvatbaar verklaard omdat zij ‘niet goed bij zinnen’ waren op het ogenblik van het misdrijf. Zij worden van hun vrijheid beroofd, niet als straf, maar om de maatschappij te beschermen tegen een eventuele herhaling van het misdrijf. Sinds juni 2009 werd in de gevangenis van Merksplas voor deze groep een nieuwe moderne afdeling geopend met een aangepast regime voor een groep van zestig personen.

 

Centrum voor Illegalen

 

Het Centrum voor Illegalen werd vanaf 1993 ingericht in de vroegere slaapzalen van de landlopers. Deze instelling wordt beheerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In het centrum verblijven de vreemdelingen die een negatief advies kregen voor hun asielaanvraag, alsook de vreemdelingen die zopas werden opgepakt, maar geen identiteitspapieren bij zich hadden. Deze laatste noemt men de ‘sans papiers’. In totaal verblijven er ongeveer 150 personen. Hun verblijftijd is heel kort: enkele weken tot enkele maanden. Zij worden zo snel mogelijk teruggebracht naar het land van herkomst. Als de documenten hiervoor niet klaar raken, komen ze vrij en worden zij verzocht om binnen de vijf dagen het land te verlaten.