Bron van de Mark

 

Rivier de Mark ontspringt in een natte wei van de Zandvenheide, waarbij het grondwater overal opborrelt in heel veel kleine minibronnetjes (technisch heet dat een ‘kwelgebied’). De kleine greppel die de wei verlaat, wordt al gauw een flinke beek. De Mark meandert zo'n 9,6 km doorheen bossen en weilanden waarna hij Merksplas verlaat om verder te vloeien naar Wortel. Via het kasteel van Hoogstraten loopt de Mark dan richting Meer en Breda. Het laatste deel verandert hij van naam in de Dintel om daarna uit te monden in de Maasdelta

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zandvenheide

 

De Zandvenheide kenmerkt zich door gronden  die beheerd worden door landbouwers, door Natuurpunt of afdeling Natuur. In dit gebied werd een depressie hersteld en vruchtbare landbouwgrond afgeplagd, wat schitterende resultaten opleverde voor de diversiteit van de natuur. En dat komt omdat de kleilagen hier hoog in de bodem zitten, zodat er gans het jaar door water in de vennen blijft staan. Voor de trekvogels is dit zowat het ‘tussenhotel’ op hun verre tocht naar het zuiden (in de herfst) of naar het noorden (in de lente). Deze plaats leent zich ook goed om foeragerende weide- en trekvogels te observeren. Bij de vogelliefhebbers van Vlaanderen is dit de place-to-be.

Met ‘foerageren’ bedoelt men dat de weide- of trekvogel al wandelend of al wadend door het water zijn voedsel zoekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nonnenmoer

 

Het Nonnenmoer verbindt de Hoogmoerheide met de Kasteeltjes. Vroeger bestond het gebied helemaal uit moerassen en vennen. Later plantte men er naald- en loofbomen bij. Nu is het Nonnenmoer een bonte mengeling van natte bodems, akkers en weilanden, gemengde bossen en heiderestanten. In de weilanden tref je weidevogels als de grutto, de wulp, de kievit, de zomertaling, de slobeend, de tureluur en de watersnip aan.

Dit gebied leent zich bijzonder goed om weide- en watervogels te observeren en is ook een belangrijke pleisterplaats voor doortrekkende vogels. Elk voorjaar organiseren plaatselijke natuurgidsen een weidevogelwandeling waarbij je hier de gelegenheid krijgt om deze vogels te observeren door een telescoop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoogmoerheide

 

In de Hoogmoerheide vind je het typische Kempens heidelandschap van weleer. Hier ervaar je nog wat stilte betekent. Die is daar oorverdovend aanwezig. Op de Hoogmoerheide bloeien struik- en dopheide uitbundig van juni tot en met september. Daarnaast vind je ook pijpenstrootje en verschillende mossen. De vliegden functioneert er als zang- en uitkijkpost voor vogels, zoals sperwers, boomleeuweriken, tjiftjafs, buizerds, boompiepers en tortelduiven. Andere bijzondere bewoners van de heide zijn mierenleeuwen (kleine insecten) en levendbarende hagedissen. Om vergrassing van de heide tegen te gaan, worden Galloway-runderen of ezels ingezet. De Hoogmoerheide is het hele jaar vrij toegankelijk op de wandelpaden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Moer

 

Het Moer ligt in het noorden van Merksplas op het gehucht Lipseinde. Het is een komvormige laagte, vlak naast de verhevenheid van het mini-gehuchtje Bergske, een ideale situatie dus voor de zogenaamde kwelwaters. De metersdikke veenlaag werd door onze voorouders gebruikt als brandstof voor de open haard. Voor de Franse Revolutie was het eigendom van de priorij van Corsendonk. Erna werd het Moer verkocht en werd het doorgraven met sloten en grachten om het water af te voeren naar de Noordermark. Haar vegetatie bestaat uit elzen en eiken. Vanaf 1844 werd de Moermolen als windmolen ingezet om het Moer ‘droog te malen’.

Het Moer is nu eigendom van de Vlaamse Overheid. Zij is bezig met de uitvoering van de nodige beheerswerken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vallei het Merksken

 

Het Merksken is een grensoverschrijdend natuurpark met Europees belang. Het omvat twee valleien: de vallei van het Merksken en de vallei van de Noordermark, beiden zijrivieren van de Mark. Het Merksken is rijk aan graslanden en moerassen. Omdat dit gebied zo vochtig is, vind je er ook een typsiche fauna en flora terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Graafsbos

 

In het noorden van Merksplas ligt het domeinbos ‘Graafsbos’. In de 17e eeuw was het domein Graafsbos eigendom van de Graaf van Hoogstraten. Toen kreeg het de naam ‘des Heeren Graven Bosschen’. De Vlaamse Overheid kocht dit boscomplex en wil het dennenbos omvormen naar streekeigen gemengd loofhout. Het probeert hier ook verschillende bosfuncties te combineren. Zo worden sommige dreven afgesloten voor bezoekers om reewild rustzones te gunnen. Natuurlijk zijn er ook dreven om in te wandelen of te fietsen en werd er een ruiterpad voorzien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’t Zwart Goor

 

‘t Zwart Goor bevindt zich langs de baan naar Weelde. Het domein heeft een rijke geschiedenis. Belangrijke kenmerken van ‘t Zwart Goor zijn het parklandschap en het Dienstverleningscentrum

 

Parklandschap

Het domein ‘‘t Zwart Goor’ is nu een prachtig park waar je mooie wandelingen kan maken. Maar dit mooie landschap was er niet altijd. Destijds was hier een grote heidevlakte met een zevental vennen. François Splingard, kocht in 1856 heidegronden aan in het noorden van Merksplas. Op ‘t Zwart Goor bouwde hij een riant landhuis met bijbehorend park. Hij liet de gronden egaliseren, legde waaiervormige dreven aan en liet er dennenbomen planten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het grote heideven ‘Rijt’ (nu bekend als ‘Zwartgoorven’) uitgediept.

Vanaf 1919 tot 1946 was ‘t Zwart Goor eigendom van Martin Verbeeck, een brouwerszoon uit Dessel. Hij paste er de modernste technieken toe bij het kweken van paarden, koeien, varkens, schapen en kippen, bij het tuinbouwbedrijf en een bloemisterij. Verbeeck was industrieel actief in de cementindustrie. Uit die periode resten ons nog de talrijke artistieke constructies in sierbeton, alsook de Franse tuin vlakbij het klooster.

Daarna volgt de periode van de Zusters Norbertinessen uit Duffel. Hierbij ligt de hoofdtaak op de zorgverlening, die doorheen de jaren wel wijzigde. Telkens werden er nieuwe gebouwen gezet of aangepast. Deze gebouwen zijn opgericht om de gewenste zorg te kunnen verlenen, maar je kan ook omgekeerd uit het gebouw aflezen welke zorg er werd verleend.

Thans is het beheer van 34,73 ha natuur overgedragen aan Natuurpunt. Zij werken een beheersplan uit voor het behoud van de waardevolle natuurelementen, met respect voor de natuurbeleving door de bezoekers.

 

Dienstverleningscentrum Emmaüs

In 1946 werden het domein en de gebouwen eigendom van de zusters van het Convent van Betlehem in Duffel. Ze startten er met een schoolkolonie en een preventorium voor meisjes dat men na tien jaar ombouwde tot een Medisch Pedagogisch Instituut voor meisjes met een mentale handicap. Er waren toen ook scholen voor Buitengewoon Lager en Buitengewoon Secundair Onderwijs. In 1982 startte men met de opvang van volwassen metaal gehandicapten. Telkens werd er gezorgd voor aangepaste gebouwen, maar dit gebeurde met veel respect voor het mooie parklandschap.

In 2007 bood het Dienstverleningscentrum 't Zwart Goor opvang en begeleiding in verschillende dienstverleningsvormen aan ca. 270 volwassen mannen en vrouwen met verstandelijke beperkingen of een autismespectrumstoornis. Naast het verblijf in de leefgroepen worden zinvolle dagactiviteiten aangeboden in het activiteitencentrum ‘t Ateljeeke en de eigen boerderij Kromvenhoeve.

De belangrijkste doelstelling van het dienstverleningscentrum is welzijnsbevorderend werken en een leefsituatie bieden waarin de bewoners zich als totale persoon goed voelen. Het centrum gaat uit van de vraagstelling en de noden van de individuele bewoner.

 

 

 

 

 

Carons Hofke

 

Het meest idyllische plekje van Merksplas is zeker Carons Hofke. Er zijn picknicktafels, prachtige vijvers, een ecotoilet, informatiebordjes over de vroegere Pastorijhof, enz. Voor de meeste fietsers is dit een ware verrassing.

Het gemeentepark ‘Carons Hofke’ is een domein van ca. 5 ha ten noorden van Merksplas-dorp. In oorsprong stond hier de motteburcht van de Heren van Merksplas (de grootgrondbezitters tijdens de middeleeuwen). Hier zitten dus ‘de wortels van Merksplas’ in de grond! De Heren van Merksplas schonken hun eigendom aan de paters Norbertijnen uit de Sint-Michielsabdij van Antwerpen. Meer dan 600 jaar woonde hier een witheer als pastoor op ‘het Hof’. Tijdens de Franse Revolutie werd dit kerkelijk goed aangeslagen en verkocht. Enkele eigenaars later werd dit domein een buitenverblijf van de familie Caron uit Turnhout.

In 1990 werd de aloude ‘Burcht’ verkocht aan de gemeente Merksplas en herdoopt tot ‘Carons Hofke’. Dit gemeentepark wordt gekenmerkt door statige oude beukendreven en waterpartijen. Het park wordt pesticidenvrij en natuurvriendelijk beheerd en je kan er gebruik maken van een openbaar composttoilet. Villa Caron fungeert nu als heemhuis ‘Villa Ter Borcht’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Landloperskolonie

 

Op het einde van de Middeleeuwen richtte de overheid tuchthuizen op. Daarmee wilden ze de armoede en de (kleine) criminaliteit tegengaan door het aanleren van een arbeidsritme (dwangarbeid, dus). De verplichte tewerkstelling in de tuchthuizen was industrieel (wol- en katoenbewerking, raspen en spinnen, enz.). Dit bleef niet duren omwille van de concurrentievervalsing. Dit laatste werd niet zo aangevoeld in voor landbouwprojecten. Daarom startte ex-generaal Johannes Van den Bosch in Nederland met landbouwkolonies. In totaal werden er daar een tiental opgericht. Dat was een geslaagd project.

Dus werd in 1822 de ‘Maatschappij van Weldadigheid van de Zuidelijke Nederlanden’ opgericht. In Wortel kwam er een 'Vrije Kolonie' met 129 boerderijtjes. In Merksplas stichtte Van den Bosch een 'Onvrije Kolonie' met een groot bedelaarshuis. Dit Hollands project mislukte evenwel om diverse redenen, niet omwille van het concept, maar vooral omwille van de ontbrekende draagkracht. Vanaf

de Belgische Onafhankelijkheid in 1830 liepen de gebouwen leeg en verdwenen alle hoevetjes in Wortel.

In het jonge België duurde het meer dan dertig jaar voor er nieuwe maatregelen werden genomen voor de landlopers. In 1866 werd de nieuwe 'Wet op de Landloperij' van kracht: als je op de openbare weg komt, moet je je identiteitspapieren bij hebben, alsook voldoende geld om minstens één brood te kopen, omdat men anders de intentie had om een brood te stelen.

De Hollandse kolonies in de Noorderkempen werden opgekalefaterd. Zo ontstonden de Rijksweldadigheidskolonieën van Hoogstraten, Merksplas en Wortel. Vanaf 1870 tot aan de Eerste Wereldoorlog werd er in Merksplas voortdurend hersteld en bijgebouwd. Er groeide een volledig justitiedorp rond de gevangenis. Net voor de Eerste Wereldoorlog verbleven in de Kolonie van Merksplas meer dan 5000 vagebondjes.

Als gevolg van overheidsmaatregelen verbeterde de welstand in het land. Daardoor kwam er meer werk en was er minder armoede. Er kwamen ook meer en meer sociale wetten, die een oplossing boden aan de oorzaken van de armoede. Dus waren er ook minder landlopers. De vrijgekomen ruimte in de gevangenis werd dan ingenomen door gestraften van gemeen recht. Toen in 1993 de Wet op de Landloperij werd afgeschaft (omdat arm zijn, geen misdaad is), mochten de resterende landlopers vertrekken. De gevangenis van Merksplas was vanaf dan een strafinrichting.

In de slaapzalen van de landlopers kwam er een centrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

 

Op de vroegere Landloperskolonie bevindt zich nu een strafinrichting, alsook een centrum voor uitgeprocedeerde illegalen.

Rondom dit gebouwencomplex tref je een volledig justitiedorp aan met cipierswoningen, een Grote Hoeve, een schooltje en een landloperskapel. De vijf belangrijkste gebouwen zijn als monument beschermd. Het beschermde landschap is ongeveer 600 ha groot en is omsloten door een ringgracht om ontsnappingen te vermijden. Het domein bestaat uit een rastervormig drevenpatroon afgewisseld met akkers en weiden, met bossen en kleiputten.

Een aantal cipierswoningen werden opgekocht door een sociale bouwmaatschappij en via een erfpachtregeling op de markt gebracht.

De Grote Hoeve, de voormalige gevangeniskapel en ca 40 ha gronden zijn sinds 2005 eigendom van de gemeente Merksplas. In samenwerking met Kempens Landschap werd een ambitieus restauratieprogramma gestart, die zullen resulteren in een socio-cultureel-toeristische invulling.

 

Als genomineerde in de Monumentenstrijd kreeg deze site in Vlaanderen een mooie promotie. Hierdoor zakken heel wat toeristen uit gans Vlaanderen en Nederland af om straffeloos te slenteren op de vroegere Landloperskolonie.

Samen met de Nederlandse landloperskolonies stelden Merksplas-Kolonie en Wortel-Kolonie zich kandidaat voor een erkenning op de lijst van het Unesco Werelderfgoed. In januari 2017 werd hiervoor een lijvig dossier ingediend in Parijs.